reportage voor LAF magazine

Achterop de scooter bij Ruud Gullit

reportage voor LAF magazine Ruud Gullit wordt 1 september 2012  vijftig jaar. Deze foto is 2 jaar geleden gemaakt, vlakbij zijn woning waar hij in de Jordaan is opgegroeid.We waren op weg naar de fotoshoot voor LAF magazine. Hij vertelde daarin openhartig over zijn jongste jeugd, een gedeelte uit het interview.

“Ruud, wil je even lachen.” roept fotograaf Marcel Krijger in de Jordanese fotostudio aan de Lijnbaanstraat. Voor Gullit is dat een kleine moeite. Hij is het gewend. Als aanvoerder van PSV, Oranje, AC Milaan en later Chelsea praatte hij aan een stuk over zijn belevenissen als voetballer. Waar bijvoorbeeld Frank Rijkaard het liefst de pers meed stond Gullit altijd klaar. ‘Weet je, ik ben hier driehonderd meter verderop geboren in de Rozendwarsstraat en ben er opgegroeid in een leuke en gelukkige periode. Iedereen lette op elkaar. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik anders was. Natuurlijk viel ik op, maar de Jordanees gaf mij niet het gevoel dat ik een Surinaamse vader en Nederlandse moeder had. Ik voelde me een Jordanees juist door de warmte, de gezelligheid en het directe. Als ik Jordanezen waar dan ook tegenkom zeggen ze “Hé Rudi Dil, hoe gaat het.” Dil is de achternaam van mijn moeder. Het is een dorpje in een stad. Jammer dat de Jordanees uitsterft, veel mensen zijn verhuisd. Ik begrijp het wel, want de huizen waren klein.’ Hij strekt zijn handen uit en geeft aan hoe groot de ruimte was. ‘Zoiets, acht bij vijf meter, met daarboven een zolderkamer waar we sliepen. We leefden op de tweede verdieping, met de badkamer en keuken op dezelfde oppervlakte. Ik woonde daar met mijn moeder, niet met mijn vader. Hij woonde in Landsmeer. Hij was er wel elke dag.  Het was geen harde buurt, er was wat criminaliteit, maar niet opvallend. Het was meer baldadigheid en ik deed van jongs af aan mee. We gingen op kerstbomenjacht en stiekem naar de loodsen van de Bolsfrabrieken aan de Rozengracht. Later werd het een sleep-inn van hippies en provo’s. In die periode eind jaren zestig, sliepen ze ook op de Dam. Ik zat er als klein mannetje wel eens tussen en moesten soms hard wegrennen als de politie in actie kwam.

Ik wist pas nadat ik was verhuisd uit de Jordaan dat ik redelijk goed kon voetballen. Voor die tijd niet. Er was hier weinig plek om te voetballen. Hierachter ligt de Snelliusschool, dat heet nu anders, daar was een pleintje waar we voetbalden. In die tijd speelde ik bij de Meerboys naast Ajax in de Meer. Naderhand kwam ik Frank Rijkaard tegen op een pleintje. Pas toen ik als twaalfjarige voor het Amsterdams werd uitgenodigd en met spelers van Ajax voetbalde wist ik dat ik aardig kon voetballen.